Vervolg van deel 1

Labiaal Klarinet
Naast de pianoconsoles ontwikkelde Standaart ook nog theaterorgels andere type consoles. Kleine compacte orgels met twee manualen en drie tot zeven stemmen, met een "straight" console, maar ook in "horseshoe" uitvoering, dus zonder ingebouwde piano. Men spreekt in een advertentie in 1928 over "Wonderorgels voor kleine theaters", vanaf fl. 6800,-. In een kerk in Veenhuizen staat een klein Standaart orgel en dit is waarschijnlijk het oudste nog overgebleven Standaart theaterorgel. Helaas is het in niet zo'n beste staat en mist het de vox humana en de percussie sinds het in 1960 in de kerk werd geplaatst. Waarschijnlijk was het oorspronkelijk afkomstig uit een theater in Tilburg.
Ook het Schiedamse Tivoli orgel (later van de heer Paap en nu eigendom NOF) stamt waarschijnlijk uit diezelfde tijd.

Bij dt orgel tellen we vier stemmen, een (roer)fluit, een violine, een vox humana en een klarinet.
Deze laatste stem valt op omdat het een labiaal-klarinet is , ook wel clarinette genoemd. Normaal gesproken is een klarinet in een orgel een tongwerk. Maar als labiaal pijp was het een stuk goedkoper ook al heeft het dan niet die volle klank van en echt tongwerk. Er zijn een redelijk aantal van deze kleine orgeltjes gebouwd, maar het grootste deel is helaas verloren gegaan Gelukkig is het orgeltje uit het Colosseum,
nu Larenkamp - Rotterdam wel gered. Dat heeft ook zo'n labiaalklarinet en stamt waarschijnlijk ook uit diezelfde periode. Dit orgel speelt nog steeds dankzij de heer Slingerland.
Ook had Standaart in 1926 een orgel met een van een Duitse firma afkomstig rollenmechaniek. Dit stond opgesteld in Asta-Amsterdam. Veel is er niet over bekend, ook zijn er geen andere exemplaren gevonden. Waarschijnlijk was deze combinatie om de een of andere reden toch niet zo succesvol.

Luxor - Rotterdam
In 1928 plaatst Standaart een orgel in Luxor Palast - Rotterdam. Dit orgel valt op want het was aanmerkelijk groter is dan wat men tot dan toe had geplaatst.
Het orgel had drie orgelkamers(twee aan weerzijden van het toneel en een echokamer boven in de kap), 1500 pijpen, drie manualen. Het juiste aantal stemmen is uit
de dispositie wat lastig op te maken omdat het orgel deels volgens het unitsysteem en deels straight was, dus aparte stemmen per klavier. Maar het zouden er goed 15 of meer kunnen zijn geweest, zeker ook gezien het aantal pijpen dat genoemd werd. In de orgelkamers links en rechts werden alleen de Fluit en Tibia uit-ge-unit en verder in de echokamer een 2e Tibia en een Trompet. In dit geval betekende "geunit" dus alleen maar beschikbaar over meerdere voetmaten en dus geen beschikbaarheid over meerdere klavieren zoals Wurlitzer, Compton en de meeste andere theaterorgelbouwers al lang deden. Standaart volgde dus deels de nog wat conservatieve kerkorgellijn met voor elk register een eigen rij pijpen.
Misschien is in dit licht bezien ook te verklaren dat Theo Strunk hetzelfde deed met het Asta orgel in Den Haag en later ook met City - Amsterdam. Hij was immers
jarenlang in dienst bij Standaart om vervolgens in 1928 een eigen bedrijf te beginnen en daarmee een directe concurrent van Standaart te worden. Vanaf die tijd
konden de heren elkaar niet luchten of zien. Ongetwijfeld nam Strunk een groot deel van z'n ervaringen bij Standaart mee bij het samenstellen van disposities.
Toch speelde bij Strunk ook nog een ander idee mee, hij wilde orgels samenstellen die hinkten op twee gedachten, het theaterorgel en het kerkorgel, soms compleet tot de toevoeging van enkele mixturen. Meestal gaan twee orgels in één ten koste van het ander, of zoals Foort over het City orgel schreef: "Dit orgel is niet goed en het is niet slecht!" Het gebruik van zgn. echokamers bij de orgels in Asta - Den Haag en City -Amsterdam was ook weer opvallend.

Tèrug naar Standaart
Het Luxor-orgel moet een prestigeproject voor Standaart zijn geweest. Men schreef over "een drievoudig orkestorgel, het grootste dat tot op heden in Europa gebouwd werd. Wat de Schiedamse firma hier geleverd heeft behoort tot het allerbeste dat er in enig theater van de wereld te vinden is", aldus een krantenartikel. De kosten: fl. 60.000,- We zien nu ook Tibia's, in de eerste orgels van Standaart was deze stem nog niet te vinden.
Uiteindelijk liep het niet zo goed af met dit orgel, in de oorlog leed het veel schade. In de documentatie van Cor Standaart is nog terug te vinden dat het orgel, dat
toen ook door verwaarlozing in zeer slechte staat was geraakt, in 1952 weer is gerepareerd. Er zijn toen "concertmicrofoons" geplaatst voor beter geluid in de zaal, maar enkele jaren daarna is het orgel er toch uitgehaald en kwam het in privé-bezit.

Bron: NOFiteiten 2006 nr. 1

>> naar deel 3

Vertalen

Dutch French German Italian Spanish