VARA en Schiedam
In 1932- 1933 leverde Standaart twee orgels van vrijwel gelijke grootte, nl. het tweede VARA orgel en het Passage orgel in Schiedam. Beide hadden drie manualen en in eerste instantie tien stemmen, en volledig uitge-unit! Er werd nu echt optimaal gebruik gemaakt van het pijpwerk!
Kort na het in gebruik nemen werd het VARA orgel al uitgebreid met een Tubahorn en kwam daarmee op elf stemmen.
Het orgel van het Passage Theater Schiedam is een aantal jaar geleden door de NOF verhuisd naar het nieuwe Theater aan de Schie en werd toen ook uitgebreid met een elfde stem, namelijk een Trompet. Deze was afkomstig uit het vroegere Standaart orgel van het Luxor Palast theater.
Als we de disposities bekijken zien we dat beide orgels veel lijken op de orgels uit de Wurlitzer catalogus. De verklaring hiervoor: Standaart had Reginald Foort benaderd voor advies en deze befaamde organist was zeer vertrouwd met de Wurlitzer orgels in Engeland, het merk waar Foort een sterke voorkeur voorhad.

Het was dus niet zo vreemd dat de Standaart disposities steeds meer op die van Wurlitzer gingen lijken. Het blijkt dan ook dat buitenlandse theaterorganisten vandaag de dag weinig moeite hebben met het bespelen van deze beide Standaart orgels.
Om in alle opzichten een hoge kwalíteit te bereiken bestelde Standaart z'n tongwerken in Amerika bij de firma Gottfried. Gottfried was een zeer gerenomeerde pijpenmaker.
Maar Amerikaans pijpwerk is nog geen garantie dat het dan ook precies zoals een Wurlitzer gaat klinken, daarvoor spelen ook andere factoren een
rol. In de eerste plaats gebruikte Gottfried eigen mensuren en materialen. Daardoor klínkt Gottfried pijpwerk al anders dan Wurlitzer pijpwerk. Bovendien had Standaart voor de labiaal stemmen weer een andere leverancier. Deze combinatie geven Standaart orgels een eigen sound.
Een andere belangrijke factor is de opstelling in de orgelkamer. Een tibia helemaal achter in de orgelkamer zal een stuk zachter klinken dan de gebruikelijke Wurlitzer
opstelling, dichter bij de shutters. Verder gebruikte Standaart vaak grote regulateurs waarmee het lastiger is een diepe slag van de tremulant te bereiken. Ook is
de algehele intonatíe bij Standaart in het hoog scherper. Dat alles maakt de sound van Standaart wat 'minder gepolijst' dan die van een Wurlitzer.

Overigens klinken deze beide Standaarts ook niet gelijk aan elkaar. Voor het VARA-orgel was blijkbaar meer geld beschikbaar wat terug te vinden is in de kwaliteit
van diverse onderdelen. Zo heeft het VARA orgel een mooie Deagan harp, het Schiedamse orgel moet het doen met een eigen product van Standaart. Ook de tibia in het VARA orgel ziet er anders uit en heeft een geheel eigen timbre.
Nog een verschil: Schiedam heeft een hobo en twee strijkers (een salicional en celeste), het VARA orgel heeft drie strijkers, maar weer geen hobo.
Verder zijn beide orgels bij oplevering natuurlijk op totaal verschillende ruimtes geïntoneerd. De niet al te grote VARA-studio was niet bedoeld voor het "live"
bijwonen van orgelbespelingen, het was afgestemd op radiowerk. De shutters bevonden zich niet recht voor de windlades. Een groot deel van het geluid kwam daardoor indirect de studio in. Het tweede VARA-orgel is later aan de NOF geschonken en kwam na de school "De Poort" in Rotterdam, daarna Het Circus Theater in Scheveningen terecht in de kantine van het CBS-gebouw in Voorburg. Hier was het geluid veel directer, op korte afstand keek je recht op de pijpen. Inmiddels is het orgel ook daar weer verwijderd omdat het CBS uit het gebouw trok en wacht het orgel nu op het gereedkomen van een nieuwe lokatie in Boskoop.
Een nieuwigheidje van Standaart in het Schiedamse orgel was de vinding van het zgn. "prolongatiesysteem". Met behulp van deze techniek was het voor de organist mogelijk om door middel van een voetpiston een akkoord vast te houden, door te laten klinken zonder de toetsen ingedrukt te houden. De organist had dan beide handen vrij om nog wat dingen te doen op een ander klavier. In feite was dit ook gekopieerd van Wurlitzer die het al langer toepaste op de grotere orgels onder de benaming "sustain".

AVRO "Magnus Opus"

Kort na het tweede VARA-orgel wilde ook de AVRO een orgel hebben. In 1933 kreeg Standaart de opdracht voor een "multifunctioneel" (!) concertorgel. Gelukkig zag men bijtijds in dat een kerk- en een theaterorgel twee aparte 'dingen' zijn en besloot men tot de aanschaf van een apart concertorgel (theaterorgel) en een kerkorgel. Ik beperk me hier tot het theaterorgel of orkestorgel zoals Pierre Palla het liever noemde.
Natuurlijk moest dit orgel het VARA orgel overtreffen, zo werkte het in die tijd wel bij de omroepen. Een eerste dispositievoorstel van een aantal deskundigen uit de meer serieuze hoek werd al gauw gevolgd door een tweede en beter voorstel. Misschien omdat Palla een groot bewonderaar was van Quentin Maclean of omdat Standaart liever weer uitging van een beproefd Wurlitzer concept, maar het tweede voorstel was een vrijwel exacte kopie van het Wurlitzer orgel waar Maclean op speelde, de Trocadero, Elephant and Castle- London.
Dit orgel in de Trocadero, in 1930 geïnstalleerd, was in die tijd het grootste door Wurlitzer in Europa geleverde orgel, vier manualen en 21 stemmen. Een prachtig orgel dat tot voor kort nog volop in gebruik was, echter niet meer in de Trocadero, maar in een nabijgelegen zaal van de Southbank University. Helaas moest het ook daar weer weg maar gelukkig heeft COS een nieuwe fantastische lokatie gevonden in de Troxy-Cinema, Londen. Zoals het er nu naar uitziet zal men daar spoedig beginnen met de hernieuwde opbouw van dit mooie orgel.

Bron: NOFiteiten 2006 nr. 1

>> naar deel 5

Vertalen

Dutch French German Italian Spanish