VARA en Schiedam
In 1932- 1933 leverde Standaart twee orgels van vrijwel gelijke grootte, nl. het tweede VARA orgel en het Passage orgel in Schiedam. Beide hadden drie manualen en in eerste instantie tien stemmen, en volledig uitge-unit! Er werd nu echt optimaal gebruik gemaakt van het pijpwerk!
Kort na het in gebruik nemen werd het VARA orgel al uitgebreid met een Tubahorn en kwam daarmee op elf stemmen.
Het orgel van het Passage Theater Schiedam is een aantal jaar geleden door de NOF verhuisd naar het nieuwe Theater aan de Schie en werd toen ook uitgebreid met een elfde stem, namelijk een Trompet. Deze was afkomstig uit het vroegere Standaart orgel van het Luxor Palast theater.
Als we de disposities bekijken zien we dat beide orgels veel lijken op de orgels uit de Wurlitzer catalogus. De verklaring hiervoor: Standaart had Reginald Foort benaderd voor advies en deze befaamde organist was zeer vertrouwd met de Wurlitzer orgels in Engeland, het merk waar Foort een sterke voorkeur voorhad.

Zoals hiervoor al aangehaald was Theo Strunk inmiddels voor zichzelf begonnen. Theo Strunk was een goede intoneur en hij had ook een paar andere goede vakmensen
(zoals Julius Gaal en Ernst Leeflang) bij Standaart weggetrokken. Dit moet voor Standaart duidelijk een verzwalkking zijn geweest en ook kreeg hij te maken met meer concurrentie want behalve het binnenhalen van opdrachten voor nieuwe orgels probeerde Strunk ook onderhoudstaken van Standaart over te nemen.
Dit leverde af en toe tot conflicten tussen Standaart en Strunk.

ln 1929 werd het eerste VARA-orgel gebouwd.

Vervolg van deel 1

Labiaal Klarinet
Naast de pianoconsoles ontwikkelde Standaart ook nog theaterorgels andere type consoles. Kleine compacte orgels met twee manualen en drie tot zeven stemmen, met een "straight" console, maar ook in "horseshoe" uitvoering, dus zonder ingebouwde piano. Men spreekt in een advertentie in 1928 over "Wonderorgels voor kleine theaters", vanaf fl. 6800,-. In een kerk in Veenhuizen staat een klein Standaart orgel en dit is waarschijnlijk het oudste nog overgebleven Standaart theaterorgel. Helaas is het in niet zo'n beste staat en mist het de vox humana en de percussie sinds het in 1960 in de kerk werd geplaatst. Waarschijnlijk was het oorspronkelijk afkomstig uit een theater in Tilburg.
Ook het Schiedamse Tivoli orgel (later van de heer Paap en nu eigendom NOF) stamt waarschijnlijk uit diezelfde tijd.

Ontstaan
In het kort het ontstaan van de N.V. Standaart's Orgelfabrieken.
Opgericht rond 1904 als voortzetting van orgelbouwer "Kam en Van der Meulen" waren de activiteiten toentertijd vooral gericht op kerkorgels. Standaart bouwde een vrij goede naam op, de zaken liepen voorspoedig, het personeel breidde uit en de fabriek verhuisde van Rotterdam naar Schiedam. In 1923 zou er al sprake zijn geweest van 40 man personeel en later meer dan 60 man. Geen kleine jongen dus in deze branche!

Het licht in de zaal gaat uit. Het is heel even donker. Ergens vooraan klinkt muziek van een orgel. Maar de speeltafel is nog niet te zien.
"Come Back to Sorrento" klinkt en dan, even later komt langzaam de prachtige witte Wurlitzer console in het spotlicht naar boven. De organist is Arnold Loxam. Met zijn fel witte jas en rode broek zo duidelijk herkenbaar!
Maar ik wist al, dat hij het was, want toen ik de eerste tonen hoorde, herkende ik zijn "Sorrento".

Dat bracht me op het idee, om dit stukje over herkenningsmelodieën van organisten te schrijven. De meeste organisten gebruiken een compositie om zich 'herkenbaar' te maken. Ik heb weleens gedacht, dat ze dat vooral deden in de beginperiode van de stomme film. Je kon in het donkere theater immers niet zien, wie er achter de speeltafel zat en op die muzikale manier kon de persoon zich aan het publiek voorstellen.

Vertalen

Dutch French German Italian Spanish